Casamanche

Ziguinchor, Senegal, 26 – 30 januari 1997

De Casamanche is een groot deltagebied in Zuid-Senegal. Er zijn mangrovebossen, vogeleilanden en prachtige dorpjes. Je kan er mooie tochten maken. Wandelend van dorp tot dorp en daar overnachten. Met de boot door de rivieren en kreken. Met de gids Dione maakte ik een dagtocht in zijn pirogue, een uitgeholde boomstam met buitenboordmotor.


aan het werk in Affiniam


stampen


een oude vrouw in Djilapao


tropische vogel

 

Dakar, foto’s

Dakar, 16 – 19 januari 1997


St. Louis, de taxi voor vertrek naar Dakar


Isle de Goree

Vanaf Isle de Goree werden slaven vervoerd naar Amerika. Er was een rigoreus selectiesysteem. Het Maison des Esclaves, het slavenhuis, werd in 1776 door de Nederlanders gebouwd. Er is nu een museum gevestigd. De waanzin van dit kleine gebouwtje wordt er terecht vergeleken met de waanzin van de vernietigingskampen van de tweede wereldoorlog. Alleen zijn wij het vergeten.


het Slavenhuis

 

De schizofrenie van St. Louis

St. Louis, 14 – 16 januari 1996.

St. Louis is de oudste Franse stad in Senegal. Opgericht in 1659. De stad ligt in het noorden op een eilandje midden in de rivier de Senegal, die daar zo’n 800 meter breed is. Over de rivier is het zo’n veertig kilometer naar zee.


St. Louis, met de brug over de Senegal

Het rare is dat St. Louis niet alleen veertig kilometer van zee, maar ook aan zee ligt. Als je op het eiland de andere brug neemt, kom je op een schiereiland terecht. Dit schiereiland, een duinenrij, is zo’n veertig kilometer lang en bij St. Louis zo’n 150 meter breed. Aan de ene kant van die duinenrij de rivier en aan de andere kant de Atlantische Oceaan.
Ik heb er naar zitten kijken en vraag me af welk natuurverschijnsel er de oorzaak van is dat die rivier niet meteen in zee stroomt, maar daar veertig kilometer over wilt nadenken.
Die brug, dat is ook iets aparts. Die zou in de vorige eeuw eerst over de Donau komen te liggen. Dat is toch ongeveer het hoogste wat je als brug kan bereiken. Maar deze brug had pech en werd op het laatste moment naar Afrika gedeporteerd. In Europa had hij natuurlijk al lang het loodje (oud ijzer?) gelegd, maar hier zal hij nog tijden voort moeten.
Omdat St. Louis een oude koloniale hoofdstad is heb je er de prachtigste gebouwen en belangrijker nog: goedkope en heel goede Franse restaurants.
Op de punt van het schiereiland heb je een Nationaal Park, omdat dit een van de belangrijkste vogelgebieden van West-Afrika is.

vogels

St. Louis, Toto

St. Louis, 14 – 16 januari 1996.

Op het moment dat de Mercedes bestel bus in Rosso, Mauritanië stopt ben ik opgelucht. De bankjes aan de zijkant waren krap en vanwege het reservewiel kon ik mijn voeten niet goed kwijt. Rosso ligt aan de rivier de Senegal, die de grens vormt tussen Mauritanië en het land Senegal. Ook aan de andere kant van de rivier heet het plaatsje Rosso.
De achterdeur gaat open en als een van de laatsten stap ik uit. Ik word meteen bestormd door een tiental jongens en jonge mannen. Ze beginnen tegen me te schreeuwen en aan me te trekken. Na een paar tellen word ik pissig en begin ze van me af te slaan. Ze willen wisselen, me naar de rivier vervoeren, me aan de Senegalese kant weer in een taxi hebben, het is volslagen chaos. Tegelijkertijd trekken ze aan mijn tas en mijn rugzak. Ik heb al mijn handen nodig om de boel onder controle te krijgen. Uiteindelijk loop ik weg en zie een rijtuig staan met de bestuurder erbij.
‘Jij bent ingehuurd,’ roep ik en tik hem op de schouder.
Hij kijkt verheugd maar zijn oorspronkelijke vracht, een donkere man, begint tegen hem uit te varen. Het helpt niet.
Als we wegrijden klimmen drie van de jonge mannen aan wie ik wilde ontsnappen alsnog op het rijtuig en ik krijg ze niet eraf.
Bij de rivier proberen ze me weer in een hoek te duwen. Voor mijn kleine hoeveelheid Mauritaniaans geld worden allerlei bedragen geboden maar de optelling deugt niet. Op een gegeven moment heb ik wel Senegalees geld in mijn hand, maar ik heb maar de helft gekregen van wat ik behoorde te krijgen. Gelukkig maken ze zich niet uit de voeten en met veel geschreeuw krijg ik mijn oorspronkelijke biljetten weer terug. Dan realiseer ik me dat het hier in het totaal gaat om een bedrag van vijftien gulden en ik voel me klein.


oversteken

Bij de pirogue, een smalle lange boot met buitenboord motor, de pont vaart pas een uur later, kom ik de Italiaan Salvatore tegen. Hij is klein, mager en kalend. Zijn roepnaam is Toto. Samen varen we naar de overkant, de Senegal is hier maar een tweehonderd meter breed. De zon schijnt fel op het water.
Na de Senegalese douane gaan we op zoek naar vervoer naar St. Louis. Toto weet iets goedkopers dan een taxi en weer staan we bij een Mercedes bus.
‘Bijna vol,’ merkt Toto op, ‘Die zal wel zo vertrekken.’
Hij heeft gelijk en ongelijk. We doen een hele goede deal wat de kaartjes betreft, maar de bus vertrekt pas veel later. De bus wordt gebruikt door een aantal Senegalese vrouwen die in Mauritanië inkopen hebben gedaan. Make-up artikelen. Die zijn daar goedkoper.
Voordat alles is opgeladen en de goederen de douane zijn gepasseerd, is het dik een uur later.
Toto en ik zitten op de tweede rij banken, meteen achter de bestuurder. Vlak voordat we vertrekken stapt een dikke dame binnen, die ook nog op onze bank erbij moet. Het wordt plotseling heel krap.
‘She’s big,’ fluister ik tegen Toto.
Hij knikt en buigt zich naar de vrouw, ze is een jaar of dertig.
‘Je hebt een hele grote achterste,’ zegt hij verliefd.
De vrouw knikt en giert het uit van het lachen en ook de twee mannen die voor ons op de voorbank zitten, hebben flinke pret.
We raken in gesprek met de vrouw. Ze heet Lira en heeft een zaak in Thies, zo’n 70 kilometer van Dakar.
‘Ik wil je bezoeken,’ zegt Toto tegen Lira. Ze knikt, kijkt hem aan en daarna mij.
‘Komt hij ook,’ zegt ze terwijl ze naar mij wijst. Ze lacht verleidelijk.
‘Ja zeker,’ zegt Toto en hij legt zijn arm over haar vlezige schouders.
Hij vraagt om haar adres en Lira schrijft haar telefoonnummer op een blaadje.
‘Adrie moet het ook krijgen,’ bezweert ze en Toto belooft het haar met zijn hand op zijn hart.
Vervolgens gaat het gesprek over haar bedrijfje en ik kan het Frans niet goed volgen. Ik kijk naar buiten en zie het vruchtbare landbouwgebied aan me voorbijtrekken. Er is uitgebreide irrigatie en het belangrijkste gewas is suikerriet.
Ongeveer halverwege moeten we weer een keer stoppen. De derde controle. Deze keer is het serieus. Alle identiteitspapieren en paspoorten moeten getoond worden. Maar ook de lading van de vrouwen, met de bijbehorende douanepapieren wordt gecontroleerd. Dan dreigen de politiemannen de dozen en de tassen te gaan openen. Dat kan rustig een paar uur gaan duren. Lira wordt aangewezen om namens de vrouwen met de politiemannen te gaan onderhandelen. Na een half uurtje zijn ze het eens over de omkoop som.
Als we wegrijden lacht Lira van oor tot oor. Een zwarte stralende maan. Het bedrag wat ze moest betalen viel behoorlijk mee.
Toto maakt van de goede stemming gebruik om het gesprek op sex te brengen. Hij vertelt dat wij binnenkort langskomen en hij begint denkbeeldig haar lichaam te verdelen. Hoe verdeel je Lira. Over de lengte. Over de breedte.
Lira behoort tot de Wolof, het talrijkste van de volken die in Senegal leven. Ze zijn islamitisch. Zoals bij veel West Afrikaanse volken kennen de Wolof de besnijdenis, van mannen en van vrouwen.
‘Ben je besneden, Lira,’ vraag Toto.
Ze knikt. ‘Natuurlijk.’
Dan wil Toto de aard van de besnijdenis weten. Uit een boek dat ik van Nederlanders in Marokko gekregen heb weet ik dat bij een volk in de Gambia, de besnijdenis bij vrouwen heel ingrijpend kan zijn. Daar worden de kleine schaamlippen en de clitoris bij de meisjes verwijderd. Daar gruwde ik zo van, dat ik het boek niet heb kunnen uitlezen.
Lira vertelt dat bij de Wolof meisjes de clitoris niet verwijderd wordt en Toto lacht blij.
Maar de culturele uitwisseling is nog niet voorbij.
Met luide stem vraagt nu Lira hoe het met ons gesteld is. De mannen op de voorbank draaien zich om en de chauffeur vermindert gas om geen woord te missen.
‘Toto, ben jij besneden.’
Toto knikt. Ja, ook in Italië worden mannen besneden.
En dan kijken ze mij aan.
En ik schud mijn hoofd. Nee, in Nederland doen we daar niet aan. Verbazing en ongeloof vallen van de gezichten te lezen. En even heb ik het gevoel in een raar onderontwikkeld land te wonen.
Maar dan herinner ik het me.
‘En alles werkt perfect,’ roep ik en ik lach opgelucht met ze mee.
In St. Louis neem ik afscheid van Lira en even later ook van Toto. Hij geeft me het telefoonnummer van Lira niet en ik vraag er ook niet naar. Ik heb mijn eigen zoektocht in Afrika.