De zee

Grand Popo, Benin, 7 – 11 april 1997

Op het bord op het strand staat, baden op eigen risico. Maar zo’n bord staat er ook bij het zwembad, en dat is nergens dieper dan anderhalve meter en net zo warm als mijn ligbad thuis. Bij het zwembad is het grootste gevaar dat je van puur genot in slaap valt.
Maar de zee, de zee hier is anders. Het strand loopt heel schuin af en daarom slaan de golven twee keer over. De eerste keer zo’n twintig meter uit de kust en de tweede keer precies op de rand van water en zand. Het is een spannend gezicht, je ziet de golf groeien om dan voor de eerste keer, met een grote hoop schuim over de kop te gaan. Die schuimmassa rolt dan naar het strand, maar vlak ervoor richt zij zich nog een keertje op, uit het niets lijkt het, om met donderend geweld op het strand te storten.
‘Kom maar op,’ roept zij. De zee is vrouwelijk, in het Frans, in het Nederlands en in het echt.
‘Kom maar in me als je durft.’
Ik ben een Hollander. De zee geeft en de zee neemt, maar met een vinger in de dijk kunnen we haar wel de baas.
Ik toon haar die vinger en ze buldert van het lachen en beduusd druip ik af.


Het strand en de zee bij Grand Popo

Maar de volgende dag sta ik er weer. In mijn zwembroek.
Ze lacht en daagt me uit. Ze draait en maakt me gek.
Ik leg mijn handdoek neer en loop naar haar toe. Eventjes speelt ze met water rond mijn voeten om dan aan me te trekken en te zuigen. Ik moet mee, ik duik en laat me helemaal gaan.
Ik zwem een paar meter van het strand, voorbij de eerste branding, iedere paar seconden komt er een muur van schuim op me af. Er tegen in zwemmen lukt niet, ik duik er onderdoor.
Even spelen we met elkaar op basis van gelijkwaardigheid. Ik voel me sterk, ik duik onder haar golven en ben bijna ook de tweede branding voorbij.
‘Ik heb je,’ roep ik en voordat ik duik hoor ik haar nog zachtjes lachen.
Als ik bovenkom, buldert ze.
‘Nee,’ roep ik.
Maar het water voor me rijst en rijst. Een grootmoeder van een golf. Vlak voor dat het water zich op me stort duik ik. Ook onder water trekt ze aan me.
Als ik bovenkom zie ik dat de grootmoeder niet alleen is, ze heeft haar zussen bij zich. De regels zijn veranderd. Ik draai me om en zwem naar het strand. Vijfentwintig meter maar.
Het water stort zich van achter op me. Ik kan nu niet duiken. Dus ik zwem in het schuim dat over me heen rolt.
Dan is het voorbij en ik ben nog steeds net zo ver van het strand, lijkt het.
Heel snel kijk ik over mijn schouder, dat had ik niet moeten doen. Een Niagara van schuim komt op me af.
‘Wil je niet meer spelen,’ hoor ik haar uitdagende stem en dan pakt ze me beet en duwt me onder, wil me om mijn as draaien. Ik verzet me met alle kracht en proestend kom ik boven.
Ik durf niet meer achter me te kijken, ik zwem of mijn leven er van afhangt. Maar het lijkt of ik verder in zee gezogen word. Het geraas achter me is oorverdovend, een jumbo grijpt me beet. Ik word opgetild en verlies ieder oriëntatie. Ik word meegesleurd.
En dan realiseer ik het me. Ze is te groot en sterk voor me.
Ze smijt me in het rond en dan is het voorbij. Terwijl het water nog met flinke kracht langs me heen stroomt lig ik met mijn buik op het strand.
Ik kijk om en zie hoe de volgende golf zich al weer vormt. Ik sta op en spurt buiten haar bereik.
‘Dag jongetje,’ zegt ze en ze spettert me voor de laatste keer nat.
Langzaam loop ik naar het zwembad en laat me in het veilige, warme water zakken.
De zee heeft me mijn plaats gewezen.


visje

Leave a Reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>