Tanger, Le Petit Socco

Tanger, 16 – 18 december 1996,  Le Petit Socco.

Na een paar uur door Tanger rondgezworven te hebben krijg ik trek in koffie. Ik bevind me in de ville nouvelle, het nieuwere gedeelte van deze Marokkaanse havenstad. De avenues zijn hier breed, naar Frans voorbeeld, met moderne winkels en kantoorgebouwen. Het verkeer is er druk. Ik besluit terug te lopen naar de medina, het stadsdeel dat zijn oorsprong kent in de Middeleeuwen. Smalle straatjes, winkeltjes soms zo klein als een Nederlandse klerenkast.
Ook de kleding is er anders. Vrouwen dragen vaker een hoofddoek en meer mannen dragen een jalaba, een lang, vaak bruine gewaad met een kap.
Een van de beste plekken om koffie te drinken is Café Central op de Petit Socco, een klein pleintje midden in de medina. Ondanks het frisse weer ga ik aan een tafeltje buiten zitten. Niets is leuker dan de wereld te bekijken vanaf de veilige plaats op een terras met een kopje koffie voor je.
De ober, een kleine man met een ontiegelijk smal gezicht, zijn zwarte oberkleding hangt als een zak om zijn lijf, komt op me af. Ik bestel mijn café noir.
Hoe klein het pleintje ook is en hoe moeilijk te bereiken, het betekent niet dat er geen auto’s op geparkeerd kunnen worden. Vier staan er waaronder een nogal dikke Mercedes. Om het pleintje heen zijn meerdere cafés, die aan de overkant heeft een balkon op de eerste verdieping. Op de hoek is een soort snackbar, Ray Charly. Niet meer dan een gat in de muur. De krukken staan op straat.
Mijn koffie wordt voor mij neergezet, samen met een flesje mineraalwater en een glas.
De man, die een tafeltje naast me is komen zitten, besteld een thee.


mannen op het balkon

Een klap en een gil, daarna is het stil. Aan de linkerkant van het plein beginnen een paar mensen te rennen. Vanachter een gevel roept iemand met een hoge, opgewonden stem. Op het pleintje draaien alle hoofden in de richting van het geluid. Ik kan het Marokkaans niet verstaan. Een paar tellen later houdt het op. Een moment nog hangt er een spanning over het pleintje, daarna neemt het leven weer zijn gewone gang.
De ober met het smalle gezicht begint nerveus aan zijn snorretje te trekken als de man aan het tafeltje naast me zijn thee niet accepteert. Er is een discussie waarna de ober het glas weer mee naar binnen neemt. Even later komt hij terug. De mintbladeren, die als aquariumplanten in de thee dreven, zijn verdwenen. De man naast me betaalt.
Als vanuit de moskee om half een opgeroepen wordt tot het gebed is er geen reactie. De gesprekken gaan door en de ober met het smalle gezicht serveert de koffie gewoon uit.

Er klinkt geroezemoes. Een ambulance, een grote Amerikaanse Ford, rijdt langzaam het pleintje op. De sigarettenverkopers moeten de kartonnen dozen, waarop hun koopwaar ligt uitgestald, aan de kant zetten. De oranje zwaailichten flitsen nog even en worden vervolgens uitgezet. Vanaf de linkerkant komt een jongetje aanrennen. Uit de ambulance stappen twee mannen, een ervan draagt een tas. Ze lopen met het jongetje mee naar het pand waaruit eerder de gil geklonken had. Twee andere mannen blijven in de wagen. Aan niets is te herkennen dat zij op een ziekenwagen werken.
Op het pleintje vormt zich zowel rond het huis als rond de ziekenauto een groepje mensen. Als ik een foto wil nemen van de menigte, doet een van de mannen in de ziekenauto snel de deur dicht.
Even later komt het slachtoffer te voorschijn, een magere man van rond de dertig, zwart achterovergekamd haar, een volle bos. Zijn linkerhand heeft een flinke wond, de verplegers hebben er een dot watten opgedaan en wat verband omheen gewikkeld. De man loopt op blote voeten, ze zitten onder het bloed. In zijn rechterhand heeft hij een sigaret. Hij zuigt er nerveus aan. Bij de ziekenauto geeft hij de sigaret aan een vrouw en wil terug naar de woning. De verplegers houden hem tegen. Een pakt de sigaret van de vrouw over en de andere manoeuvreert de man de ambulance in. In de wagen krijgt hij zijn sigaret terug. Hij neemt meteen een trek.
Terwijl de zijdeur gesloten wordt rijdt de auto langzaam het plein af. De zwaailichten zijn weer aangezet.

Bij Ray Charly wordt het inmiddels behoorlijk druk. De lucht van het geroosterd vlees maakt me hongerig. Ik besluit ook zo’n broodje met gehakt en uien te nemen en wuif naar de ober dat ik wil afrekenen.

 

Leave a Reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>