Vallen en opstaan

Zaterdag 14 september 2013. Zonguldak – Amasra.


Herman riep: “Er ligt olie op de weg, het is glad.”
Een stuk verder kruiste ik het oliespoor, in een bocht. Het was er vlak en we gingen niet hard meer, maar toch nog wel zo’n 25 kilometer per uur. Eerst was mijn achterwiel weg, en daarna mijn fiets. Als een Donald Duck eendje hing ik even ik de lucht om daarna fors tegen het asfalt te kwakken.
“Aaaargh,” kreunde ik. Geen lucht. Schok. Pijn.
Midden op de weg. Er was net even geen verkeer, dat was goed. Herman kwam naar me toe. Ik krabbelde op. Dat lukte, een beetje tot mijn verbazing. Schaafwonden op mijn ellenboog. Mijn schouder deed pijn. Mijn heup ook. Herman trok mijn fiets naar de kant. Een tas was los. Het stuur stond scheef maar met de iPhone, mijn GPS, was niks aan de hand.
Na een minuut of vijftien reden we verder, maar de linkerkant van mijn lijf was beurs en begon steeds meer signalen van ongemak te versturen.
Ik heb, in eerste instantie, nog 23 kilometer doorgefietst. Maar het ging niet echt lekker. Mijn lijf protesteerde, deed pijn. Bij een stop, waar we zoete drankjes en chocola nuttigden, was het genoeg. Amasra zou ik zo niet halen. We moesten proberen om een taxi te regelen. Maar hoe doe je dat in een Turks dorpje ver weg van alles.
Je loopt naar het plaatselijke theehuis en begint in het Duits. Binnen de kortste keren stond het terras van het theehuis vol en uit het theehuis ernaast kwamen de mannen ook toegelopen. Daar stond ik met mijn fietshelm en geschaafde arm. Een man, wat ouder en ronder dan de anderen, sprak een paar woorden Duits. Er werd gebeld en heel veel onder mekaar Turks gesproken. Op een gegeven moment komt er een blauw busje voorbij gereden. Het was in het Turks maar ik kon de conversatie bijna letterlijk volgen.
“Waar gaan jullie heen?”
“Bartin.
“Hebben jullie plek voor twee hele domme Hollanders die ons mooie land doorfietsen. Eentje is gevallen. Hij is wel heel erg zielig.”
“Prima.”
Dus hadden we een lift in een busje van twee lassers. Plek zat voor ons en onze fietsen. De Duits sprekende man had nog even tegen me gefluisterd: “Zwanzig euro.” De betaling voor het meenemen.
In Bartin zochten we aansluitend vervoer, maar dat was niet zo gemakkelijk. Taxi’s waren te klein en busjes wilden ons niet meenemen. Dus klom ik met mijn beurse lijf weer op de fiets. Het was ten slotte maar 17 kilometer en het was een doorgaande weg. De eerste zes zoefden voorbij en toen kwam de afslag naar Amasra. Daarna ging het vijf kilometer, soms heel steil, omhoog, naar uiteindelijk 350 meter. Na twee kilometer wilde mijn lijf niet meer. Ik moest op zoek naar een geheime voorraad energie en daarna naar een nog geheimere. Hoe ik boven gekomen ben weet ik niet want het ging maar door.
Boven begon het te regenen, te gieten en te hozen. De weg werd glad en we moesten net zo steil naar beneden als naar boven. Ik durfde niet harder dan 20 kilometer per uur, de auto’s reden toeterend langs ons en ik zag soms niks. Het was koud. Het duurde gelukkig niet lang.
Trillend van vermoeidheid en kou kwam ik beneden aan. Herman regelde snel een hotel en tegen iedere traditie in nam ik eerst een warme douche en daarna pas een Efes biertje.


Vlak voor het oliespoor

Dorp met mannetjes – by Herman. Die met de helm ben ik

Op de achtergrond de weg die we afkwamen. Denk zelf de stromende regen erbij.


Started: 14 sep. 2013 07:46:24
Distance: 67,44 km
Ascent: 1304 metres
Descent: 1352 metres
De rechte lijn is het gedeelte dat we gebruik hebben gemaakt van een taxi-busje.

Leave a Reply

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>