De eerste keer dat ik de dorpsgek zag was toen we voor hem en zijn vriendin moesten uitwijken op het fietspad naar Den Helder. Ik wist nog niet dat hij de dorpsgek was, dat kwam pas later.
We waren fietsend onderweg van Amsterdam naar Den Helder op een stralende Hemelvaartsdag met een rugwind van 6 op de schaal van Beaufort. Dat wil wel.
Het was druk. Terwijl we tempo maakten moesten we ook uitkijken voor pubers, die met zijn drieën naast elkaar fietsten, voor kinderwagens, voor onwennige fietsers die plots stopten en vlak voor ons het fietspad blokkeerden.
Op de Hondsbossche Zeewering, aan de kant van de Noordzee, konden alle remmen los. Maar nog lekkerder was het daar om zonder inspanning 30 kilometer per uur te rijden. Racen en rusten tegelijk.
De tweede keer dat ik de dorpsgek zag kwam hij met een verbeten gezicht voorbij. We reden daar in een treintje, Karel voorop, Herman een meter of vijf erachter, en ik weer daarachter.
“Oeps,” dacht ik.
De dorpsgek vloog ook Herman voorbij. Hij riep naar Karel: “Als je ons passeert, moet je daarna wel opschieten.” En of dat niet duidelijk genoeg was gaf hij hem ook nog een flinke zet met zijn onderarm. De crash was spectaculair. Niks doorrollen of doorglijden, in een klap kwam Karel tot stilstand en alles wat eerst boven was was nu onder.
De rest van de middag bestond uit klappen voor de gek, gekerm van Karel, politie en ambulance, ontkenning van de gek, adressen uitwisselen, Karel naar het ziekenhuis, bier op een terrasje wachtend op het busje en met drie fietsen in het busje terug.
Nu negen dagen later komt Karel voor de tweede keer uit het ziekenhuis. Als het goed is knapt hij volledig op, dat moet ook wel want we hebben al de afspraak om toch echt Den Helder te halen.
Skiën in Sölden met Julia.
Van 16 – 23 februari 2013 verbleven Julia en ik in Sölden, voor een heerlijke wintersportvakantie. Het weer was meestal goed, veel zon maar wel een beetje koud. Er lag heel veel en heel goede sneeuw. We hebben alle toppen bedwongen en de meeste zwarte afdalingen samen afgelegd.
De laatste dagen heb ik onze route vastgelegd met de Ski Tracks app op de iPhone. Het resultaat zie je hieronder. Het is me alleen niet duidelijk wat dat helicoptertje erop doet. Wij hebben die echt niet nodig gehad, net zo min als de banaan.
Via Krabi fietsten we naar het vliegveld. Het eerste stuk ging door een karst-landschap van begroeide kalkrotsen. Eenmaal op het vliegveld, flink bezweet want het was ontzettend warm, moesten we onze fietsen, onze bepakking en onszelf prepareren voor de drie vluchten naar huis.
Eerst gingen we met Asia Airlines naar Bangkok, naar het oude internationale vliegveld dat nu in gebruik is voor binnenlandse vluchten. Met de (ingepakte fietsen) vervolgens in een bus en dwars door de stad naar het nieuwe internationale vliegveld. Dat is niet een beste plek voor mensen die een lekker hapje belangrijker vinden dan een Gucci tas. Maar op de allerlaatste plek bleek zich toch nog een prima restaurant (een keten weliswaar) te bevinden. Met het geld wat we gedacht hadden te moeten besteden aan een taxibusje hebben we in een flesje rood aangeschaft. Voor iedere fiets één.
Over de vlucht van Bangkok, via Dubai, naar Amsterdam met Emirates zullen we het maar niet hebben.
De hele reis stond in het kader van de moesson. Van te voren de weersites gecheckt en de voorspellingen waren nat tot heel nat. Uiteindelijk hebben we 5 minuten regen gehad onderweg. We hebben wat buitjes in de verte gezien en ook ‘s nachts zou er wel eens wat gevallen kunnen zijn. De natte moesson was erg droog dit jaar. Tenminste voor ons.
De tweede dag van ons verblijf in Krabi (Ao Nang) besloten we niet te gaan fietsen maar het bootje te pakken naar Ko Phi Phi. Ik was al eens eerder in Ko Phi Phi, in 1991/92. Het was één van de hoogtepunten van mijn eerste reis naar Zuidoost Azië. Dat Ko Phi Phi bestaat niet meer. Er is een tsunami van water over gegaan, 10 jaar geleden, waardoor veel verwoest is. Maar Ko Phi Phi is nog meer verwoest door de golven toeristen die er nu ieder jaar komen.
Tientallen boten leggen er nu dagelijks aan, met horden dagjesmensen, buffeteters. Ik was blij toen ik weer in de boot zat naar Ao Nang en onderweg nog even de schoonheidheid van de Andamanzee zag.
De eerste dag van ons verblijf in Krabi (Ao Nang) besloten we niet te gaan fietsen maar het bootje te pakken naar Railay (Rai Lee). De stranden van Railay hebben de mooiste kalksteenrotsen van de Andaman zee en misschien wel van de wereld. Wij zwierven er rond, schoten foto’s en scoorden biertjes. Echt vakantie dus. Ondanks de bijna onaardse schoonheid was het er niet overdreven druk. Het was natuurlijk nog geen hoogseizoen, maar toch…
Niet het mooiste strand, Railay East, maar wel een mooi plaatje
Dinsdag 9 oktober. Plai Phraya – Ao Nang (Krabi).
De laatste echte fietsdag. En met, toch een beetje onverwacht, heel veel te zien onderweg.
Vlak na de middag kwamen we aan bij het strand van Ao Nang. Na de lunch hebben we om de hoek een hotel geboekt. We zitten op de vierde verdieping, met een prachtig uitzicht over de baai.
Ao Nang is een echt toeristenplaatsje met voornamelijk middenklasse hotels. De grote ketens zitten verderop met hun resorts. In Ao Nang is zelfs in het laagseizoen nog van alles te doen. Wij gaan nog wat van de omgeving bekijken, Herman wil overal op de fiets heen, maar ik ga liever met het bootje.
Maandag 8 oktober. Saphli – Tha Rong Chai (auto).
Tha Rong Chai – Plai Phraya.
Op zondagavond aten we bij een visrestaurant in Saphli. Ieder stadje langs de kust heeft er wel zo een. Verse vis staat uitgestald en dan kan je of uitkiezen van wat er is uitgestald, of vanaf het menu wat bestellen. Wij bestelden garnalen vanaf het menu. Aan het eind ontstond verwarring, de menukaart die wij hadden, de Engelstalige, kende andere (lagere) prijzen dan de Thaise, bleek later. Wij zagen hoe de eigenaar van het restaurant (of zijn zoon, in ieder geval het baasje) onze rekening liet veranderen, naar de hogere Thaise prijzen. Een beetje vals spel.
Ook wij speelden vandaag vals spel. We hebben een stukje overgeslagen. Wij hebben er veel goede smoezen voor, maar uiteindelijk wilden we gewoon nog twee daagjes uitrusten in Krabi. We hebben expres een stuk langs de kust overgeslagen, want daar hebben we al heel wat van gehad.
Dus reden we door het binnenland en dat hebben we geweten. Aan het eind bleken we zo’n 750 stijgingsmeters verzameld te hebben. En er zaten een paar hele valse tussen.
Uiteindelijk kwamen we in ons vooraf gereserveerde hotelletje in Plai Phraya aan. Een vreemde combinatie van primitief (hangtoilet) en modern (airco en wifi), met vreemde mensen. We moesten wel reserveren, want zoveel hotels er zijn langs de kust, zo weinig in het binnenland. In Plai Phraya zagen we de eerste echte karst bergen, maar daarover morgen meer.
Zondag 7 oktober. Bang Saphan – Saphli.
Vandaag wilden we een flinke afstand afleggen. Boven de honderd. Ik zit inmiddels weer op minstens 80% van mijn kunnen, dankzij de hulp van de antibiotica en Herman gaat nog steeds goed.
De dagen beginnen op elkaar te lijken. ‘s Ochtends vroeg op, flink aan de bak op de fiets, onderweg proberen we zoveel mogelijk de vocht, het suiker, het zout en de maag op peil te houden. We kopen kleine flesjes chocolademelk bij Tesco, hapjes bij 7-Eleven en sinaasappelsap met 10% suiker langs de weg (mits koud). En water, veel water.
Tussen een en drie is de energie wel op. Afhankelijk van waar we zijn, landen we meestal eerst in een restaurantje in een uiterste poging om het energieverbruik weer aan te vullen (denk aan bier, rijst en vis). Vervolgens gaan we op zoek naar een slaapplek. Langs de kust is dat redelijk gemakkelijk.
Onderweg hadden we nog een ontmoeting, op de fiets, met een echte wereldfietser. Zo eentje die in twee jaar helemaal uit Nederland is komen fietsen. Hij had 35 kilo bagage bij zich (wij rond de 12), waaronder tent en slaapmatje. Hij fietste als een diesel, heuvel op en heuvel af. Ik weet natuurlijk niet of hij die al van nature had, maar hij had van de hele dikke kuiten. Ik zag er toch 2 jaar stoempen in zitten.