Rubrieken

Ethiopië – Bahir Dar en Gonder

Na onze trip door het zuiden van Ethiopië, een trip ver terug in de tijd, vliegen we via Addis Ababa (de 21e eeuw) door naar het noorden. En weer komen we in contact met de geschiedenis.

Bahir Dar is een ontwikkelde stad, voor Afrikaanse begrippen. Moderne hotels en een uitgebreide markt. Bahir Dar ligt aan het Tana Meer en is met name bekend omdat de Blauwe Nijl er ontspringt. Voor ons is Bahir Dar een rustpunt. Wat lezen, wat rondkijken, lekker eten en drinken.

Markt

De beste manier om van Bahir Dar naar Gonder te gaan is per lokaal vervoer. Een busje. Sneller dan de lijnbus. Netto in rij-tijd zal dat zeker zo zijn. Maar ja, eerst moet het busje vol. Daarvoor rijden we drie keer Bahir Dar door, van het busstation naar hotels en weer terug naar het busstation. Als het busje vol is dan is het nog niet vol in Afrika. Er kunnen nog heel veel dozen bij. En dozen zijn er genoeg. Op een gegeven moment kunnen er ook geen dozen meer bij, tot grote woede van mensen langs de kant van de weg die dozen hebben die beslist nog mee moeten. Ze gooien dozen naar binnen. “Zie je wel,” hoor je ze denken, “Er kunnen nog meer dozen bij.” De dozen worden vervolgens weer net zo hard weer buiten de bus gezet terwijl de chauffeur eindelijk met ons op weg gaat. Onderweg zijn er wat dozen-stops, voornamelijk dozen eruit.

Route

Gonder is de oude hoofdstad van Ethiopië van de 17e tot de 19e eeuw. Er is veel te zien. Indrukwekkend is het ommuurde gebied waar ook de koninklijke paleizen uit die tijd zich bevinden.

Kasteel

Voor ons is Gonder ook de uitvalsbasis om een wandeltocht te maken door de Simien Mountains. Alleen het organiseren al vraagt de zekere Afrikaanse souplesse. Uiteindelijk vinden we een man, met rasta haar, die wel vertrouwd overkomt.

Vergezicht

Onze tocht door het gebergte was zeker de moeite waard: prachtige apen, indrukwekkende roofvogels en panoramische vergezichten.

Baas aap

 

Ethiopië – de schoteltjes van de Mursi

Na twee dagen verblijf in de Buska Lodge in Turmi vertrekken we vroeg naar Jinka.

Naar Jinka

In Jinka is het zoeken naar het juiste hotel.  Natuurlijk wordt geprobeerd ons onder te brengen in een ander hotel, er is er zelfs een met een vergelijkbare naam. Toch belanden we uiteindelijk bij onze eerste keus Hotel Eco-Omo. Prachtig hotel en heel comfortabel.

Naar het Mursi dorp

Snel na aankomst vertrekken we weer, we gaan het Mursi dorp Marganto bezoeken. Er moet natuurlijk een gids mee en uiteindelijk ook nog een soldaat, met geweer. Mursi kunnen wel eens gewelddadig zijn, is het verhaal.

In het dorp is het echter van hetzelfde laken een pak als bij de Karo: geld voor een foto en de dorpelingen staan te dringen om mee te doen. En eigenlijk is de conclusie hetzelfde, een dorp uit de prehistorie dat zich staande probeert te houden in de moderne tijd. Hoe lang nog, is de vraag.

Littekens en schotel

De Mursi zijn bekend van een wel heel typische lichaamsversiering: in oren en lippen proberen ze grote schotels te plaatsen.  Dat is langdurig werk, waarmee vrouwen na het huwelijk beginnen. Het speelt een rol in hun rituelen, normaal lopen ze er niet mee, een schotel tussen tussen mond en lip is niet erg aangenaam. (Dat vermoeden hadden we al).

Tanden die in de weg zitten worden getrokken

Uiteindelijk wordt het heel gezellig. Een paar jonge vrouwen, sommige getrouwd gezien hun lippen en sommige nog niet, willen een stukje meerijden naar het volgende dorp. We klappen gezamenlijk op de muziek uit de autoradio en bepaalde foto’s uit een reisboek worden nauwkeurig bestudeerd. De foto’s van mannen en vrouwen van volken in de buurt zijn interessant, alle andere foto’s niet. Er wordt gewezen, gelachen en commentaar geleverd, wat dat betreft is er weinig verschil tussen hen van de pre-historie en ons van de moderne tijd.

Geen schotel, dan een hanglip

Nadat de jonge vrouwen de auto hebben verlaten raken we in gesprek met onze gids en Hedi, onze chauffeur. Het is ons opgevallen dat onze chauffeur een tijdje opliep met een van de jonge vrouwen uit het dorp. Nog niet getrouwd, want nog geen schoteltjes. “Ben je verliefd,” vragen we Hedi. Hedi lacht een beetje. De gids zegt, dat het toch geen zin heeft. Hedi kan haar niet betalen.

“Hoeveel kost zo’n meisje dan?” vragen we nieuwsgierig.

De gids antwoordt: “48 koeien en een kalasjnikov.”

 

Ethiopië – bij de Karo

De rit naar de Karo gaat over een lange en slechte weg. Geen asfalt, niet geprepareerd maar een rood spoor door de jungle.

Route

Veel bos, met  meest lage bomen die niet al te dicht bij elkaar staan. Met veel termietenheuvels, metershoge schoorsteenpijpen van rood zand tussen de struiken.

Termietenheuvel

Gorcho, het dorp waar we heen gaan, ligt prachtig in een bocht van de rivier de Omo, hoog op de zuidelijke helling. Direct aan de oevers zijn wat akkers waar op een traditionele manier graan wordt verbouwd. Het dorp draait echter op het toerisme. Als we aankomen staan de bewoners al klaar, prachtig geschilderd of anderszins aantrekkelijk voor toeristen. Iedere foto die ze weten te scoren, levert ze 5 birr op, 15 cent. Vier mensen op een foto betekent 20 birr. Daarnaast moeten we nog geld betalen voor de verplichte gids en een bedrag aan het stamhoofd.

Jongens

Voor ons en na ons komen nog meer terreinauto’s met toeristen. Er worden goede zaken gedaan.

Wij maken ondertussen foto’s en we hebben een simpele taakverdeling, Herman klikt en Adrie schokt.

Jonge vrouwen

Even is er ruzie omdat een vrouw eerst voor één telt en dan plots extra wil voor haar baby. De gids had al ja gezegd tegen de prijs en zij is er na de foto niet meer eens. Het sop is voor ons de kool niet waard dus moet er een extra briefje getrokken worden.

Krijger

Aan de andere kant van de rivier ligt een heel grote boerderij, agri-business. En dan besef je dat je toch nog iets unieks meemaakt. Ja, het is toeristisch, maar het is ook nog heel erg echt. De 21e eeuw is al heel dichtbij en we zien de laatste mensen die nog voornamelijk op een pre-historische manier leven. Maar ook mensen die slim genoeg zijn om dat wat ze hebben te gelde te maken. Zolang als het duurt.

Ik ben Charlie

Twaalf mensen vonden de dood. Tien journalisten en cartoonisten van Charlie Hebdo en twee politiemensen. Een aanval op de persvrijheid, op de creativiteit en op de beschaving. Op alle mensen die zelf willen denken.

Deze terroristen, net als hun medestanders in Al Qaida en ISIS, zijn vertegenwoordigers van een verdorde cultuur die het helemaal kwijt is. Die al verloren heeft. Een cultuur die niks meer voortbrengt, niet innoveert en niet meer creatief is. Die in een doodlopende steeg is beland.

Achterhoedegevechten zijn gevaarlijk. De tegenstander heeft niks te verliezen en gaat van extreem naar nog extremer.

Ooit was de Arabische en islamitische cultuur de meest creatieve, de meest innovatieve van de wereld. Maar dat is helemaal weg. Is er dan geen hoop voor ze, geen uitweg? Natuurlijk wel. Wat ze nodig hebben is een dosis Charlie. Niet een, niet twee, maar heel veel Charlie.

Afbeeldingen zijn van de Charlie Hebdo site

Ethiopië – bij de Hamer – de Ceremonie van de Stierensprong

“Is dit echt?” heb ik daarna vaak gedacht.

Sommige reizigers zeggen van niet en anderen vinden van wel. Ook Herman en ik denken dat het echt is. Maar hoe echt?

Nadat de Landcruiser uit de modder is getrokken rijden we snel door. Weer een rivierbedding, maar deze is helemaal droog. Toch durven sommige chauffeurs het niet aan om naar beneden te rijden, maar Hedi, onze chauffeur,  wel. Misschien omdat hij zich nog wat schuldig voelt over wat er eerder gebeurd is.

Route

Een paar kilometer verder stoppen we en gaan we te voet verder. Het dorp waar de ceremonie plaats vindt is niet ver. In het dorp is een open plek waar al veel mensen zijn, een tiental toeristen en honderden Hamer. De toeristen staan op een soort dijkje. Een afscheiding? Het voelt een beetje als een tribune. Direct voor ons zitten Hamer vrouwen. Aan de overkant staan stoelen onder een overkapping van bladeren, de hoofdtribune. Voor de plaatselijke notabelen. Er brandt een vuurtje met daarop een grote ronde ton.Een groep vrouwen voert een dans uit. Om hun armen en benen hebben ze metalen bellen  en sommigen hebben toeters, waar ze hard op blazen. Ze lopen, dansend en marcherend in een grote cirkel. Met zijn tweeën of drieën naast elkaar. Soms wel vijfentwintig vrouwen. Dan stappen er een paar uit en weer anderen in.

Toeters en bellen

Ze hebben hun traditionele rode haar in vlechtjes. Sommige dragen een hoofdband. Iedereen is traditioneel gekleed. Koeienhuiden. Kleurige kralen riemen. Allerlei kettingen. Korte rokjes en banden rond de benen. Sandalen. Sommige vrouwen dragen een hemdje, sommige niet. Ze drinken uit kalebassen.

Niet

De meeste mannen, jong en oud, zitten op de eretribune. Enkele mannen dragen een veren hoofdtooi.

Eretribune

Een jonge vrouw loopt met een twijg naar een van de mannen. Hij neemt het aan en slaat haar. Hard. Over de armen, over de borsten, op de rug. De huid breekt. De vrouw blijft stil, passief, staan. Na een paar klappen bedankt de vrouw hem en hij loopt weg.

Slaan

Sommige dansende vrouwen lijken in trance. Hun ruggen zijn bebloed en soms ingesmeerd met as. Niet alle wonden zijn van het slaan. Hamer vrouwen snijden zichzelf (of elkaar) ook met scheermesjes, om mooie littekens te maken. Littekens zijn nog steeds hot bij de Hamer. Het as is ervoor dat de wond ontsteekt en er een mooi litteken komt.

We staan uren te kijken. Verbaasd en onder de indruk. Vlak voor zonsondergang komt de massa in beweging. Aan de andere kant van het dorp worden stieren opgesteld. Een stuk of tien op een rijtje. Ze willen niet die stieren, maar met een klap of flink trekken aan de staart, staan ze er. In een flits schiet er een blote jongen overheen. En dan nog eens, en dan nog eens. Het stierenspringen zelf is binnen een minuut voorbij.

Op een rijtje

Meteen gaan we weg. Hedi wil als eerste weg zijn. Wij zijn er niet op tegen. Bloed maakt dorstig. We rijden als eerste uit de rivierbedding en ook de modderige bedding verderop levert nu geen problemen op. Na een half uur komen we bij de Buska Lodge. We stappen uit en Hedi gaat naar waar chauffeurs heen gaan nadat de passagiers zijn uitgestapt. Wij gaan naar de bar. Het is een dorstige dag geweest.

Was het echt? De Hamer voeren dit ritueel nu vast veel vaker uit en ze plannen het vast zo dat er altijd wel een ritueel is waar toeristen heen kunnen. Is het dan nog wel echt? Ja, zoals profvoetbal nog steeds sport is. Natuurlijk is de westerse wereld, met haar geld en toerisme, doorgedrongen tot in dit gebied. Wij hebben deze ceremonie gelukkig nog kunnen meemaken, maar uiteindelijk zal het verdwijnen. Is dat erg? Ik denk dat uiteindelijk ook in Afrika de 21e eeuw beter is dan de prehistorie.

Voor de liefhebbers:

 

Ethiopië – de markt van Dimeka

De derde dag van onze reis is er eentje die we niet snel zullen vergeten. De reis van Konso naar Turmi is lang en vanaf Key Afar ook nog slecht. Aangezien we niet gereserveerd hebben besluiten we eerst naar het hotel te gaan dat we op het oog hebben. Na de ervaring in Konso nemen we zelf de regie en volgens de boekjes is de Buska Lodge het meest comfortabel.  Een beetje afzien tijdens een Afrika-reis hoort erbij, maar Herman is niet superfit, en na de omelet van Konso zijn we ook wel toe aan lekker diner.

Onze kamer in de Lodge, het was een zelfstandige hut, ziet er prima uit. Twee bedden, muskietennetten en een redelijke douche.

We maken meteen rechtsomkeert, terug naar Dimeka, waar een markt aan de gang is. Weer tientallen kilometers slechte weg. Leuke plaatjes op de markt, maar we moeten nog even wennen aan het plaatselijke gebruik dat je voor foto’s van personen moet afrekenen.

kleurstoffen

Op de markt zijn voornamelijk mensen van het Hamer volk te zien. De vrouwen met hun typische rode haar. Typische producten op de markt zijn kalebassen, kleurstoffen (rood), granen en allerlei potten.

potten

We kunnen slechts een kort bezoek brengen aan de markt omdat we nog dezelfde middag naar een bull-jumping ceremonie zullen gaan. En die is aan de andere kant van Turmi. Dat betekent weer snel in de auto en rijden, dezelfde slechte weg.

bos hout

Nadat we Turmi gepasseerd zijn, moeten we een drooggevallen rivierbedding oversteken. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Door een stuurfoutje staan we plots tot aan de velgen in de blubber geparkeerd. En zoals dat dan gaat in Afrika, het dorpshoofd van het nabije dorpje heeft er zijn handel van gemaakt om auto’s er weer uit te krijgen, tegen een passende vergoeding natuurlijk. Gelukkig is onze autohuur alles inclusief, de chauffeur betaalt het uit het potje onvoorzien.

vast

Ethiopië – Naar Konso

Op 30 oktober 2014 vertrokken we in de ochtend vanaf Schiphol, via Istanbul, naar Addis Ababa. We werden uitgezwaaid natuurlijk, koffie en koek met de vrouwen en daarna een biertje aan de bar. Zo’n start is belangrijk want vliegen is al erg genoeg. Na een doodnormale reis kwamen we midden in de nacht op Addis Ababa aan. Voor het visum in de rij en daarna ook weer  voor de douane. Zo gaat dat. Daarna naar buiten, de chauffeur van het hotel stond al op ons te wachten. Een korte rit en we kwamen bij het hotel aan. Hotel Lobelia. Het was goed bij hotel Lobelia.

Een korte nacht, een prima en gezellig ontbijt en daarna op zoek naar geld. Dat gaat zonder problemen, als je je bankpas goed hebt ingesteld. De automaten in Addis Ababa spugen de Birr’s uit in briefjes van 100. Stapels briefjes van 100 Birr en ieder briefje is 4 euro waard. En aangezien we naar het zuiden gaan, een geldautomatenloze regio, hebben we flink wat nodig.

De chauffeur bracht ons weer terug naar het vliegveld, het nationale vliegveld deze keer. Het was druk en iedere rij was erg lang. Er was amper tijd om onze traditionele dronk uit te brengen. De vlucht naar Arba Minch werd professioneel uitgevoerd. Ethiopean Airlines heeft haar zaakjes voor elkaar.

Op het vliegveld werden we door Haile, de verhuurder, en Hedi, onze chauffeur voor de komende 5 dagen, opgewacht. Een stapeltje dollars voor Haile en weg konden we. Naar Konso, onze eerste stop.

De route

Het eerste stuk gaat langs Lake Chamo, een van de Rift Valley meren. Maar wel op 1100 meter hoogte. Niet echt hoog voor Ethiopië.

Lake Chamo

Er was veel verkeer op de weg. Koeien voornamelijk, heel veel koeien. Ethiopië is een koeienland. Soms loopt er een hele familie met de koeien, soms alleen wat jongetjes. Maar ze lopen altijd midden op de weg en dat betekent, remmen, de auto er door worstelen en dan weer gas. Tot de volgende groep koeien.

Koeien op de weg

Nog meer koeien

In Konso kwamen we terecht in een hotelletje in het centrum. Niet echt goed. Het bleek een idee te zijn van onze chauffeur want net buiten het stadje was een heuse lodge. Ons hotel had een bar, waar het halve stadje leek te komen. Een omheind gebied aan de andere kant van de rotonde. Een wat vaag terrein met tafels en stoelen.  Flesjes bier bleek de enige specialiteit te zijn. Goed koud. De bar was ook een restaurant, wat voor ons neer kwam op een omelet. Het bier was beter.

Ethiopië – een reis door de tijd

Van 30 oktober tot 15 november bezocht ik, samen met mijn goede vriend Herman Lamboo, het fascinerende Oost-Afrikaanse land Ethiopië. We zijn ervaren Afrika reizigers en we hadden ons een beetje ingelezen, toch hebben we zaken gezien en meegemaakt die ons volstrekt met stomheid sloegen…

Onze reis bestond uit drie onderdelen:

  • De hoofdstad Addis Ababa, een dynamische stad die de sprong waagt naar de 21e eeuw
  • Een tocht met een Toyota Landcruiser 4×4 door het zuiden,  met haar pre-historische stammen in de Lower Omo Valley
  • Een reis door het Noorden, met middeleeuwse monumenten, prachtige natuur en mensen die lijken te leven in bijbelse tijden

Op het kaartje de hotels waar we verbleven hebben. Maar daarover later meer.

Pijn, Afzien, Efes en Kameraadschap

De fietsreis met Herman van Istanbul naar Sinop zit er op.


Klaar

Pijn
Voor mij werd de reis in belangrijke mate mede bepaald door de valpartij op zaterdag 14 september. Daarvoor was ik steeds fitter geworden en konden de heuvels beter beklommen worden. De reis was echt op gang.
Na de val had ik pijn, met name ‘s nachts. De bloeduitstorting op mijn heup en de schaafwonden waren niet echt lastig, maar de gekneusde rib zorgde voor de echte pijn. De eerste nachten veel pijn in bed bij het draaien, maar door de inspanningen sliep ik toch weln goed. Ik had gelukkig genoeg paracetamol bij me om de allerscherpste kantjes van de pijn af te halen.
Opvallend, bij het fietsen had ik weinig last. Wel was ik 10 – 20% van mijn vermogen kwijt.

Afzien
De waarschuwingen over de heuvels en bergen van Turkije waren natuurlijk bekend. En het is niet de hoogte die voor het afzien zorgt, het is de steilte. Honderden meters klimmen met een maximaal stijgingspercentage tot 7 % is voor ons goed te doen. Maar in Turkije is het vaak steiler. Hele stukken met stijgingspercentages van 10% of meer. Dat sloopt je als je een paar van zulke beklimmingen achter elkaar over moet. Daar moet je eigenlijk van te voren apart op trainen en dat hadden we niet gedaan.

Efes
Als je na 70 kilometer fietsen en 1300 steile meters klimmen de aankomstplaats binnenrijdt dan schreeuwt je lijf om rust, om calorieën, om een beloning. Er er is geen grotere beloning dan de echte sportlunch: een halve liter koude Efes met die heerlijke zoute Turkse pinda’s. Je doet je ogen dicht en je ziet de meter die de hele tijd in het rood heeft gestaan langzaam teruglopen naar het groen. Afhankelijk van de inspanning die je geleverd hebt kan het nodig zijn deze behandeling te herhalen.

Kameraadschap
Fietsen in het buitenland, wereldfietsen, fietsen op de bonnefooi, is een aparte manier van reizen. Meer zoals backpacken in de jaren zeventig. Er zijn geen boekjes en je weet niet wat je te wachten staat. Er is nog avontuur. Je komt op plekken die niet op je voorbereid zijn. Communiceren moet nog met je handen of met een woordenlijstje. Dan is het leuk om dat met een mede-avonturier te doen. Iemand die je erdoor helpt als je zelf even niet meer kan. Iemand die dezelfde kant op wilt als jij.

Tenslotte
We hebben 625 kilometer gefietst, iets minder dan verwacht. We hebben (bijna) 9500 meter geklommen, vaak steiler dan gewenst. Het weer was goed. En Turkije is een vriendelijk land, waar de mensen het leuk vinden dat je er bent. Slechts een paar keer last gehad van vervelende en roekloze weggebruikers, bijna altijd in de buurt van een grote stad en bijna steeds op Herman gericht.
De hotels zijn goed, het avondeten is lekker, maar het ontbijt wat minder. Lekkere koffie kom je niet veel tegen, want Turkije is een theeland. In kleine plaatsjes, zeker in het binnenland, is het moeilijker om voorzieningen (hotels, restaurants, bier) op ons niveau te vinden.
De wegen zijn over het algemeen goed, worden beter, maar ook meer gericht op auto’s.
De Zwarte Zee kust is een prachtige kust, met mooi natuurschoon, leuke haventjes en prachtige plaatsjes.
Al met al was het weer een prima reis, vol hoogte- en dieptepunten. En … 5 kilo kwijt, en da’s ook niet mis.

 

Van Naar Datum en link Afstand in km Stijgingsmeters
Istanbul Istanbul 07 September 2013 53.75 336
Istanbul Sile 08 September 2013 63.60 1072
Sile Kandira 09 September 2013 73.87 1498
Kandira Kocaali 10 September 2013 71.81 468
Kocaali 11 September 2013 0 0
Kocaali Eregli 12 September 2013 71.76 515
Eregli Zonguldak 13 September 2013 57.10 1188
Zonguldak Amasra (fietsdeel) 14 September 2013 67.44 1304
Amasra 15 September 2013 0 0
Amasra-Inebolu Abana (fietsdeel) 16 September 2013 22.87 335
Abana Ayancik 17 September 2013 55.47 1343
Ayancik Sinop 18 September 2013 61.97 1062
Sinop 19 September 2013 0 0
Sinop Samsun (fietsdeel) 20 September 2013 25.40 369
Samsun Amsterdam 21 September 2013 0 0
totaal 625.04 9490

Meer foto’s en verhalen op de site van Herman.

Terugvlucht

Zaterdag 21 september 2013. Samsun – Istanbul – Amsterdam


De terugvlucht was zonder opvallendheden. Pegasus Airlines heeft ons goed en professioneel vervoerd en onze fietsen niet beschadigd. Lag natuurlijk ook aan de vele meters duc-tape die we gebruikt hebben om ze goed in te pakken.
Ellen was vandaag de rondemiss, ze kwam ons ophalen met twee grote bossen gladiolen.